De herfst maakt zichtbaar dat niets blijft zoals het is. Niet alleen bladeren vallen af. Ook levensfasen, relaties, verwachtingen en beelden die we van onszelf hebben, veranderen of verdwijnen.
Al mijmerend loop ik door het bos. Ik merk ik dat de herfst mij uitnodigt om terug te kijken op mijn eigen leven.
Na een periode waarin er veel gebeurde, waarin ik druk was en veel in beweging heb gezet, ontstaat er behoefte aan iets anders… Aan stilstaan!
Niet letterlijk, want ik loop verder. Maar innerlijk vertraag ik.
De herfst is een goed moment om de balans op te maken. Niet om alles te beoordelen. Meer om te schouwen.
Ik kijk terug op wat er is geweest. Wat heeft me beziggehouden? Waar heb ik mijn energie aan gegeven? Wat heeft me gevoed. Wat heb ik geoogst en wat heeft me tegengehouden?
Herfst als natuurlijk ritme van het leven
De herfst laat iets zien van een natuurlijk ritme dat niet alleen buiten mij bestaat. Ook wij maken deel uit van dat ritme.
Er zijn perioden waarin we groeien, ontwikkelen, ontdekken en naar buiten gericht zijn. We zijn actief, nemen initiatieven en zetten dingen in beweging.
Maar er zijn ook perioden waarin we ons terugtrekken. Waarin iets minder vanzelfsprekend wordt. Waarin we behoefte hebben aan rust, reflectie en stilte.
Ook dat hoort bij het leven.
De natuur kent ook geen voortdurende groei. Een boom staat ook niet het hele jaar in bloei. Na de uitbundigheid van de zomer volgt de ingetogenheid van de herfst.
Groei is de norm
We leven in een tijd waarin groei de norm is. We willen vooruit. Nieuwe plannen maken. Ook wanneer iets in ons eigenlijk vraagt om een andere beweging.
We kunnen onszelf lange tijd voorbijlopen omdat we denken dat stilstaan betekent dat we achteruitgaan.
Maar de natuur vertelt een ander verhaal.
Wanneer een boom zijn bladeren verliest, is hij niet aan het mislukken. De groei vertraagt maar ondertussen wordt er een andere fase voorbereid.
Er gebeurt iets wat van buitenaf nauwelijks zichtbaar is. Misschien geld dat ook wel voor ons.
Winteren – minder prikkels, minder moeten
Er zijn momenten in een mensenleven waarop het nodig is om te ‘winteren’ .
Niet letterlijk natuurlijk, maar als een innerlijke beweging.
Een periode waarin je minder naar buiten gericht bent. Een tijd om te luisteren naar wat zich van binnen aandient.
Soms ontstaat zo’n periode vanzelf.
Na een ingrijpende verandering of na een verlies. Wanneer een relatie verandert. Wanneer werk niet meer dezelfde betekenis heeft. Of wanneer een beeld dat je van jezelf had niet langer klopt.
Maar soms kiest het leven voor ons. Een periode van ziekte, een burn-out of een ingrijpende gebeurtenis kan ons stilzetten. Wat vanzelfsprekend leek, valt weg. Het tempo dat we gewend waren vol te houden, is ineens niet meer mogelijk.
De herfst herinnert ons eraan dat niet alles voortdurend hoeft te groeien. Er is ook een tijd om gas terug te nemen.
Dat kan best pijn doen. Want wat verdwijnt, kan tegelijkertijd heel mooi zijn geweest.
We hoeven niet altijd in bloei te staan. Ook terugtrekken, verstillen en winteren horen bij het ritme van het leven.
Het natuurlijk ritme leren herkennen?
Misschien is een van de vragen die de herfst ons stelt : In welk seizoen van mijn leven bevind ik mij eigenlijk? Is dit een tijd van groeien? Of misschien van terugtrekken?
Er is geen natuur die voortdurend op haar hoogtepunt verkeert.
Waarom zouden wij dat dan wel van onszelf verwachten?
Misschien is het juist in de stille perioden dat iets wezenlijks kan gebeuren. Iets dat zich subtiel voorbereidt op een nieuwe fase. Zoals de boom in de winter al iets in zich draagt van de lente die nog moet komen.
Wat mag er vallen?
Zoals in de herfst de bladeren vallen, zo moeten wij ook niet alles willen vasthouden.
Wat zouden wij kunnen loslaten? Een verwachting misschien?
Een relatie of vriendschap zoals die ooit was? Sommige dingen mogen eindigen. Ook in ons leven veranderen dingen.
Levensfasen komen tot een einde. Mensen die ooit dichtbij waren, kunnen een andere plaats in ons leven krijgen. En ook beelden die we van onszelf hebben, blijken niet altijd bestand tegen de tijd.
De herfst is mooi omdat hij niet blijft.
Er is een soort schoonheid in de herfst die ook een beetje pijn doet. Je kunt er van genieten en tegelijk voelen dat het niet blijft. Misschien geld dit ook voor ons. Het leven vraagt ons steeds opnieuw om mee te bewegen in het ritme van de natuur.
Sommige dingen mogen nog even gevoeld worden. De dankbaarheid. de schoonheid van wat er was. De onzekerheid over wat komt.
En misschien ook de stille verwondering dat het leven voortdurend verandert, terwijl we er middenin staan.
Sommige dingen hebben eenvoudigweg hun tijd gehad. En als we dit niet tegenhouden ontstaat er ruimte. Ruimte om te ontdekken wat er in onszelf zichtbaar wordt wanneer het oude blad gevallen is.
Tot er opnieuw iets in beweging komt…

Ik vraag me af: Wat gebeurt er als we die stilte niet doorbreken? Als we niet meteen iets doen, zeggen of bedenken. Maar gewoon stil blijven. Niet omdat het moet. Maar om te zien wat er verschijnt.
Ter herinnering aan haar kocht ik een beeldje van een fluitspeler. Het beeld raakte me direct. Iets in de houding, de eenvoud, de verstilling. Voor mij werd het een poëtische metafoor voor haar ziel – kwetsbaar én kracht.
Haar vraag heeft me geraakt en nooit meer losgelaten. Want misschien wás ze al spiritueel – op haar eigen, stille manier. In haar zorg. In haar liefde. In haar onuitgesproken weten.